Werk in uitvoering Deze website is volop in opbouw — artikels kunnen onnauwkeurigheden bevatten. Twijfel? Bel 057/79.08.50 of mail ons.
Ketelgids Afspraak maken
Wetgeving & info

Wat houdt een rookgasanalyse precies in?

CO, O₂, rendement en Bacharach — wat de technieker meet

Wat doet de technieker bij een rookgasanalyse?

Wanneer een CV-ketel verbrandt, ontstaan rookgassen: een mengsel van stikstof, kooldioxide, waterdamp, zuurstof en — als de verbranding niet perfect verloopt — ook koolmonoxide en fijne roetdeeltjes. De technieker steekt een metaalsondes in een meetopening in de rookgasafvoerbuis, vlak achter de ketel. Dat slanke buisje leidt een klein beetje rookgas naar een elektronisch meettoestel: de rookgasanalysator. In enkele minuten levert dat toestel een volledig verbrandingsprofiel op. Zonder die analyse is het onmogelijk om te weten of een ketel efficiënt én veilig werkt — je ziet en ruikt er immers niets van aan de buitenkant.

Zuurstof (O₂) en kooldioxide (CO₂) zijn de twee basisparameters van de verbranding zelf. Bij verbranding verbruikt de vlam zuurstof en produceert ze CO₂. Als er te veel zuurstof in de rookgassen zit, betekent dat dat de brander te veel overtollige lucht meeneemt: die lucht moet eerst opgewarmd worden en verdwijnt dan nutteloos via de schoorsteen, wat energie verspilt. Te weinig zuurstof is het andere uiterste: de vlam heeft dan te weinig lucht om de brandstof volledig te verbranden, en er ontstaat koolmonoxide. CO₂ vertelt het spiegelbeeldverhaal: hoe hoger de CO₂-concentratie (binnen de grenzen), hoe vollediger de verbranding. Een goed afgestelde gasketel haalt doorgaans 8,5 % CO₂ of meer; voor stookolie ligt de minimumgrens op 12 % [Art. 5 §1] [Art. 4 §1].

Koolmonoxide (CO) is de veiligheidsparameter bij uitstek. CO is een kleurloos, geurloos gas dat bij onvolledige verbranding vrijkomt — door een vuile brander, slechte luchttoevoer of een versleten warmtewisselaar. Zelfs in kleine hoeveelheden is CO gevaarlijk: het bindt zich aan de rode bloedcellen en verhindert zuurstoftransport. De wet stelt strikte grenswaarden: voor een gewone atmosferische gasketel maximaal 150 mg/kWh, voor een stookolieketel 155 mg/kWh [Art. 5 §1] [Art. 4 §1]. De rookgasanalysator meet CO in ppm (deeltjes per miljoen) en rekent dat automatisch om naar de wettelijke eenheid. Een verhoogde CO-waarde is voor de technieker een directe alarmbel: het toestel verkeert niet in goede staat van werking.

Het verbrandingsrendement berekent het toestel automatisch uit de rookgastemperatuur gecombineerd met de O₂- of CO₂-waarde. De redenering is simpel: hoe heter de rookgassen de schoorsteen ingaan, hoe meer energie er verloren gaat. Een ketel die rookgassen van 250 °C uitstoot, verspilt veel meer dan één die slechts op 120 °C rookt. Een goed onderhouden gasketel moet minstens 88–90 % halen [Art. 5 §1]; voor stookolie is de grens 90 % [Art. 4 §1]. Dat rendement wordt altijd getoetst op de onderste verbrandingswaarde (HI) van de brandstof — de technische referentie die de wet hanteert, ongeacht wat er op de ketel vermeld staat.

Het Bacharach-roetgetal is specifiek voor stookolie. De technieker gebruikt een handpompje — de roetpomp — om rookgas door een wit filtreerpapier te trekken. De grijze of zwarte vlek die overblijft, wordt vergeleken met een referentieschaal van 0 (kraakhelder) tot 9 (pikzwart). De wet laat maximaal 1 toe [Art. 4 §1]. Een hogere roetwaarde wijst op onvolledige verbranding van de oliedruppeltjes: de oliebrander verstuift de olie niet fijn genoeg, de luchtregeling klopt niet, of de brander is vervuild. Roet is bovendien slecht voor de warmtewisselaar: een dun roetlaagje werkt als isolatie en doet het rendement snel dalen.

De schoorsteentrek — technisch de druk in het rookgasafvoerkanaal — sluit de analyse af. Bij ketels van type B (met rookgasafvoer naar buiten maar verbrandingslucht uit de ruimte zelf) moet de schoorsteen een voldoende onderdruk creëren om rookgassen betrouwbaar af te voeren én verse lucht de ruimte in te trekken. De technieker meet die druk met een manometer of via de analysator. Voor stookolie is de wettelijke ondergrens -5 Pa, voor gas -3 Pa [Art. 4 §2] [Art. 5 §2]. Een schoorsteen die te weinig trek geeft — door verstopping, een te korte schacht of ongunstige winddruk — kan rookgassen laten terugstromen naar de leefruimte. Zelfs als de ketel zelf perfect verbrandt, is het toestel dan niet veilig. De schoorsteentrek is dus de brug tussen de verbrandingskwaliteit en de omgeving waarin de mensen wonen.

Wettelijke bronnen:
  • Art. 5 — Veilige staat (3. Goede + veilige staat van werking > 3.1 Veilige staat (Art. 4 §2/§3, Art. 5 §2/§3/§4, Art. 6 §2))
  • Art. 4 — Veilige staat (3. Goede + veilige staat van werking > 3.1 Veilige staat (Art. 4 §2/§3, Art. 5 §2/§3/§4, Art. 6 §2))

Inhoud opgesteld op basis van het Vlaams Stooktoestellenbesluit (BVR 8 dec 2006) en de Aandachtspunten-bundel van het Departement Omgeving. Voor de officiële tekst raadpleegt u omgevingvlaanderen.be/erkenningen.

Heeft u een afspraak nodig?

Wij regelen onderhoud, keuring of herstelling voor uw Vaillant- of Bulex-ketel.

Maak nu uw afspraak

← Alle artikels

Onafhankelijk — Ketelgids is geen officieel servicepunt van Vaillant of Bulex. Wij zijn een zelfstandige Vlaamse specialist, erkend door VLAREL.